- Loading...
- No images or files uploaded yet.
|
|
De zwartharige met het purperen kleedwij danken vooraf google voor hun inbreng: laat ons bidden dus in stilte dat de stilte onze wereld omsluite zoals wij in stilte de wereld omsluite. prevel prevel. Zakdoeken. Snot.
tekstenKermis tekstenkermis=new tekstenKermis();
tekstenkermis.start();
Nanacht De ochtendmelodie is opgelegd, het glooit Waar het glooien moet, de roos is Roos waar geen latinist een roos kon Zien, het Zijn het zijn ja wel dát nu nee ik heb Je haar dus even uit de perforaties van je rol gelicht het duister is wit nu kliederwit & je denkt toch niet die vloer dat blauwe knollenbehang? Kijk, de irritatie, het wachten is haar zo opgespannen maar ze kan het zo wel uren rekken de kam van haar rug heeft nl. nog de warmte van haar bekken, zeg maar, bv.: o die kras
polyfoon 1 Je uiterlijk woelt & wolkt diep in het zwelwerk, de spieren brommen rijk, je mond ploft beeldspraak christalclear in elke invalshoek. De kamerplant bakent het af, de klare wijn consigneert, het vakgebied implodeert in schichten waar je hand was, verzuchtte lucht verduurd de witte vlammen uit der ijlings nog verworvenheden. Het vlies ruimte zit je strak, het net tijd omspant je intact, je huid uit zich als een veld uitgelezen wol. Je spat open als het ultieme blikje boomvrucht ik. Dit daalt de tuimeldraden in, dit kauwt de poortplug fijn, dit zwelgt het splijtsap. Dit is de ramkraak van het melismatisch organum, de link trefwoord in slow motion gaande van het trefwoord naar trefwoord naar de heilzame link trefwoord & je bent het, volledig het niets was even levensvatbaar tussen de duim & het niets van U in zicht.
PRIBRAMIAANS
'He =Karl Pribram believes that conscious experience is the act of correlation itself and that correlation occurs in the dendritic structures by the summation of the polarisations (and depolarisations) through the processes in the dendritic networks'
Jeff Prideaux (WCU) in "Comparison between Karl Pribram's "Holographic Brain Theory" and more Conventional Models of Neuronal Computation", XXXXX, Compiled and edited by XXXXX, XXXXX 2006, ISBN 0-9550664-4-1, p82 Beeld je in dat de woorden dit deden dit bibberen dit bloeden dit Hier zijn en het dan pardoes begeven. Uw restbestand, o gij uitgaande u, o gij schokkend okeren tot 't donker stille inkerende sterfding, o gij ademloze zweetlap die in de glijwateren als een aal in alg-groene poelen gedijt & smetteloos toch uw schrilste klinkers kirrende berent, o gij die instort meteen & als een alles van uw leven extatisch is, in alles aleph is, zo ik het sluiken van uw haren, die vinger daar de druppel net nog maar de vergetelheid al uitschuif, op het valluik uit de kuil in de muil van het rasterende mormel te kijk leg, zich laat te zien zijn - uw worden, zeg maar Uw restbestand dus zakt weldra resoluut onder de kritische grens waarna, zo vrees ik, de holonomische restitutie wellicht geheel onmogelijk wordt. We zouden zullen we met andere woorden hier maar 's moeten praten? NEEM EEN STAD , PLOOI ZE OPEN I [helicopters vliegen over, geluiden van een woedende menigte] Zeefdruk van een werelddeel : ik heb een vinger in de inkt, leg hem eruit, verscheur de vrede op papier. Gedachtengang waaraan bij benadering nooit een einde komt. Die Europese teef, dat stukje in pathetisch gekleurde olie vereeuwigd vlaggenzwaaiend moederschip, een met afhangende vleeslappen neergekwaste nipplegate dat bijna in al haar schreeuwlelijkheid tot hot item verhard, galmend in haar holtes van Liberté, Fraternité en Egalité, waarin de vuist van het Verzet veelvuldig met aanzuiggeluiden ingemurwd, uitgewrongen wordt, zo wil je die bloedvrouw (komaan, komt er nog wat van) op haar punt doen verklonteren : dat het niets is, wat je wou, hoe stilletjes je het haar zeggen zou, terwijl op 4 juli 0u.50 stipt het stof van haar netjes imploderend lijf als een midsteeds afgeschreven wolkenkrabber hoogst professioneel gedynamiteerd door de dochter van Red Adair door de aanpalende straten stuift, de genetworkte camera’s tegemoet: doordraven, langer dan goed voor je is. Want wiens krakende stem was het, hoe werd er gestorven, wie droeg daar de woorden uit of zei ze niet zelf: Schuw niet die verbijsterende hemelbreedte tussen de kramp in je voet & het spoor op beton van een slak zonder huis tot een steenwormpje dood, als je wil dat ik kom? Walging en ontzetting verwekkende wreedheid leg je de handen op, het schrift en de mond, een meer dan beestachtige incorrectheid die zich meet aan de Inquisitie, de Rode Khmer of een spraaktechnologisch geplande kleine onvolkomenheid zoals onze vergissing (was het nu Bush of Blair, de vingertjes krommen) bv de meedogenloze plof & vervolgens het krachtdadige rukken van het hart uit - oh sorry guys- de joodse mystiek. Het gruwen daarentegen was haar net zo stevig aangesnoerd als de riempjes van een neo-prof, dus je kon het je wel laten afglijden, die huid en die wrat op je vel.( KLETS zo kletst er plots 10 jaar na datum een jong meisjeslijf als een terminator uit een lekker rampzalige toekomst de poëtische bühne op) Een makkie, jongens, hup maar, niks heeft ze om aan af te schuren. Oogst met het vet van de grond & de zegen van pausen lillend tot hapjes verstrengeld, gebruiksvriendelijk op je bord gekwakt. Verviervoudigde kijkcijfers nog voor je de woorden vantussen de algen kon vissen : leegloop van kranen, stortvloed van flessen, klaterend glas in een spiegelplas haat. Vuur zal het stelpen wel stoppen. Een lijk struint inmiddels door de duinen, krijst een meeuw aan dat het béter kan schuimbekken, snéller plukken, langere dagen kloppen
Is er een wens in je hart, een voorkeur
van vinger, macht in het wit van je lach ? Wat heet behoedzaam als je vel toch al openligt ? Kleumt de zon morgen een klad kleur op je tong ? II
Strijkers! & de snaren staan al te springen.
In een uithoek wil zonodig een papperig blondje met de billen stevig in het zeil gedrukt een bloederige torso met repen spek beslaan. Ze weet nochthans best van net nog in de krant dat er aldus water in de tent belandt. Luchtafweergeschut ondersteunt haar lijdzaam, slag op slag, met plukjes licht in de lucht. Torso in kwestie murmelt kathedraalgezangen, sist centrifugaal het stof wegweg van de frees, klappertandt tot het stilvalt, omstuikt & hits braakt : het ritme zit goed het tempo is er, de nooddruft &. beverig begerige hufters schuiven af, schuiven aan, passen beschikbare titels aan. Doodshoofd met ambitie heeft een ouwe Messerschmidt bemand & hakt met beleidsfehige precisie hier en daar een rijtje halfmidden. Dit soort meesterschap verwerf je niet zomaar, vereist een Barst. Breekpunt plots in een brei reikhalzende reisreportages : het Wicht is er, twee gibberende heksen ondersteunen haar vleugels, een dwerg dwingt met moeite haar slagstaart de grond af. Krëfel Krapunzel stormt uit de boxen met een oude lachslang over de val van de muur. Een zweetzak parelt uit de nok omlaag met de vraag Was het nu rood of blauw ? Sluiers buikdansen het antwoord en de tent omtploft. Feilloze wakslag, die schijf. Ik ben er weer, plots, want ik voel mijn buik zich bedenken : stroom is niet éénieder gegund, er wordt in verdere steden nog verdeling gepredikt : twee maten, twee dagen, een duizendtal driemasters om het plat van de aarde te besnijden. Kommer & kwel, uiteraard, maar dit soort hardnekkigheid krijg je de kop niet ingedrukt. Zwelg wat je wil, een lijflied blijft kleven.
Klok in je keel, hand op je hals :
waar eindigt mijn hand, waar start het gebaar ? Zie je de handen branden achter de randen van mijn handen? Verlang toch niet zo, buitenbeeld waggelt als immer de tovenaar, wijst met zijn stok naar het woord in je haar, vraagt of je nog vonkt, al vult de wereld zich vol met de geur nu je brandt. Straalt nog effen je oog op het bot van dit mes, pit op het blauw in de vlam rond je hoofd, tik op je rug die zich kromt nu ik lik in mijn hand ? III Neem een stad. Plooi ze open. Hangt er een peertje naakt in een cel te gloeien? Zeg ik teveel als ik om het uur een kom rozig water door een sjofele sprinkhaan in de sterfput laat ledigen? Plooi ze weer dicht. Vraag dan verder ook maar niet meer naar wat niet het geval is. Krijgen doe je mij toch niet.
In- of ex-, wat maakt het uit : de laatste
golven ebben weg, verstrooien de asse in de bak voor mijn neus tot een vorm van gelegenheidsvisioen. Kijk, daar heb je haar weer, onweerlegbaar. Een berg stormt ze af. Zo snel als ze kan, om de beweging daarin niet te voelen. Beetje zoals ik doe als ik wekenlang stokstijf het draaien van de zon rond mijn hoofd sta te ontkennen. Beneden gekomen wenkt ze wulps naar iemand die bleef bovenstaan : zie je nu wel, hoe makkelijk dat was ? Geen reactie. Trekt de stof tot een strik op haar borst : kom je dan niet ? Geen kik. Ze gaat weg, bergt haar rug in de kast van dit land. Bovenaan haakt de man zijn armen uit het kruis & zet de hemel aan tot spoed, voornamelijk omdat hij dat elke dag zo doet. Het vervolg laat zich raden : hij daalt & met hem de massa kreunenden onder hem. Al die onzin is & blijft teveel voor een man alleen.
|
Comments (0)
You don't have permission to comment on this page.