- Loading...
- No images or files uploaded yet.
|
|
Tante Sizzle---
Fragmenten uit de Allerheiligste parabel van
Tante Sizzle en het Verzetshoofd
(dv, Hybridarum Opera #8)
Aanhef der Werken
Stammoeder, gij die Kathedralen baarde, alvoedende Venus etc.: toen in de nacht van vrijdag op zaterdag e.k. de Here zag dat het totale aantal doden op de weg dit weekend het jaargemiddelde vér ten onder zou blijven, besloot Hij dat de tijd rijp was
Voor aktie. Hij smeekte Zichzelf vergeving af, genade maar best ook een stukje grootmachtigheid & wierp, daar waar de mensen zuivere klaarheid & spits uit de witte leegte de zwart uitstekende Spie der Geprononceerdheid alsmede de
schier eindeloos uitbreidbare Vlakte der Eenduidigheid verlangden, niet dà t maar Tante Sizzle ter aarde. In & om haar ontstonden deze tekstuele uitwassen, die zich ondanks verwoede Verzetspogingen van het Spattende Hoofd
waarin zij spookten, een uitweg tot U wisten te banen waarna zij op proto-virale wijze de door u zo moeilijk t.n.v. de algehele chaos gewonnen gemoedsrust volledig teniet doene & u weerom als door duizenden conflicterende
emoties gevangen, in weerwil - zoals dat dan heet - van uzelven, um zönst aan dit scherm kluistere.
Hé Jijdaar ja
0 jij, vandaagzullenwetellen wetellen kaput 1 hoeveel van het echte Jijdaar kan verdragen we tellen eerst niet het ei maar op 1 de brij & uit het breien vanAnke met slijm op 2 kwam
het ei erbij
dat zich klutstte vóór er een pan was tot Al-Tante vervolgens door wat geschuifel tot pan & wat daarin heet begon te kissen dat heette Sizzle & Tante al want bij de slijmstaart rafelig in & van elkaar als
echt verbonden
zoals wij het van in onze tienerdromen kennen, klef met een glibberige kern gloeiend-zwart gefrutsel als kern maar die konden toen nog niet benoemen laat staan handingrijpend bekennen. Ach,
de tijd staat stil
maar voor een vers of twee want daar ontploft al wat nooit geweest was tot het komende & in wat wezen zou stond dit geschreven dat het stil was voor een vers of twee
slechts, niet meer, want
anders spraken de schismerende heretieken nu wellicht nóg van de tijd voorafgegaan door vooraleer. U kent ze toch: brandt er 1 op, & in de weidse vlakte kiemt den duizendkop
volop als op
een zomerdag de klaver na het onweer bv.
Haar ogen, ongelukkige, zijn immers de trekijzeren Poorten die in hun onderling verslingerde wentelgang Hun duister dieper bereiden dan het zwartste agaat Dat Lucilius in zijn geschriften spreekwoordelijk maakt
van het in het
Niets alreeds & toch nogmaals gedachte gebrek aan licht. Het is een tweespant die Hawking goed wetende waarom niet vlug zal naderen, tenzij hij natuurlijk de hoop geheel liet varen op verlossing in de wetenschap & zijn
curieus neuzelend
lijfje met enige spoed & in volstrekte zekerheid tot anti-materie wil bedaren. U lacht misschien maar hoor 's vriendschap Haast iedere week zie ik enkele vermolmde soortgenoten plotsklaps gesplitst van hun vaste vorm
in doffe stromen
van de opengebroken ramen van hun kroostrijke villa's roemloos naar die of soortgelijke gaten vloeien, zonder ooit de twijfelachtige eer genoten te hebben hun namen bij de mijne in het vrijelijk oplichtend gewemel der
toonaangevende
schermen te hebben kunnen moeizaam tegen andere verzen laten opbotsen. Boeiend maar tragisch is hun lot want hoort: In de stilte die zich voor een paar jaren achter heur ogen Strekt, hoort u soms nog de gehakkelde echo’s
van hun weidse
verzen loeien als zovele hoornen van verloren schepen in de mist of alsof er ons dra nog vuur op de Pentapolis zal gesmeten worden of, ter derde optie, alsof wij hoegenaamd nog iets te vrezen hebben van de walmende
woestenij waarin
hun goddeloze razernij ons de landen overdroeg, waarover wij wel de verantwoording dienen op te hoesten, maar waarvan wij niet de broncode, laatstaan de vruchten kunnen dan wel mogen dragen. Maar laat ons niet langer
verwijlen in
de kwetterend georganiseerde trekkingen der opgeladen harten ter verhoging van 't stroomloze stoten der inkten (de nada, Lucas), & de draad weder opvatten waar hij als gerokken zenuw met soepresten nog, zo onnet, foei, dreigde een oogkas
ingezogen
te worden (ach de keutels der kraanvogels en dier, ziet die ziekte is besmettelijk, ik moet mij effen abstineren.)
[T. Sizzle spreekt tot ons bij het binnenrijden van Tienen, Station Tienen]
onze woorden
koud of daar spant Zij al met verve ons de luster der avondluchten uit, een klingel-klangel van wrange kleurgewrochten, een fout-fauvistisch werk, gekladder aan het zwerk & heel extreem in
vetomlijnde
lagen , het brave stadje als een mini-Oostende groots in het marineblauw & donkerroos doorspekt oranje overtrokken & tot in het minuscule als inktvraat de lijnen ingetrokken of in een latere ekphrase, op het vel van de nakende nacht als
mee-etertje
niets in het niets der steedse werken verscholen. Het is niets, krabt zij zich de jeuk van tussen de bezwete benen, daarbij onze ergste angsten beamend, het is niets, inderdaad, al om niets die tergend trage ondergang van uw belang in
steedse zaken,
het is die droom nabij waarbij van sectie A de droom dient op te houden vooraleer de droom tot sectie B kan komen & ieder keer dat ik of jij hem droomt & wakker schrikt
de lucht ijler
wordt, de longen ons harder op de grotere leegte inklappen, & in de drammerige woestenij van industrie & razernij waar iedere slammer de stanza's tot in de nok met vlees wil vullen, de laatste droeve plof nog droger onhoorbaar klikt,
in stilte niet
klinkt, weigert met de lege rust die van alle tijden nu of ooit de eindeloos strekkende grond, d'eindmaat & d'aards-bepaalde strikte noodzaak is. Het stemt ons niet te weten, het krast ons toonloos, maakt niet blij & streelt geen hovaardij
maar innerlijk
zwelt al het kennen bij 't zwelgen de bloedklonters tot wapens & barsten weldra in duizenden breinen deze clusterbommen maken de geslibde paden ter helderder inzicht weer vrij. Zo ook verging het mij eermaals toen ik Aeneas nam,
die van Rome
roem wou maken & een kwezel van mijn volgelinge ...
Nog nooit was november zo machtig fris, maar hoe zwart niet & van vloedgolven vergeven is mijn bol kristal, hoe duister niet & bloed-beklonterd is wat ik de toekomst in zie zweven. Net
nog, Oostakkers
bijna, in een fikse vaart voorbij het stort van Tienen, zag ik een wolk vuilnis de half-beknepen buisschoorsteen der ovens langsslierten. Een man liet loenzend vanonder zijn grijze fez zijn hond de berm volschijten, maar geen
vogel wiekte
daar, buiten onze wielen die zich in het gekende treinverband op de sporen dol draaiden, was het geheel stil buiten, daar. Een menige nacht word ik aldus volumeloos door een horde woestelingen nagezeten, enige wit-raastige
hekseteven
ook mengen zich daar meestal onder: het zijn de ikjes denk ik, de anonieme zelfjes die ik bij waken de kant opschoof of zelfgenoegzaam weigerde te zijn, zodat ik nu weer net niet de trappen naar de uitgang der
dicht gedroomde
burcht zal halen. Spanje voert de anti-dopingwet in, Big Brother voelt zich thuis in Groot-Brittanië. De krant kliedert stuntelig een weids stilleven boven een thumbnail van Pollock, iets dat veel te druk
oogt met enkele
verzopen paarden. Aandacht, aandacht: spoor- wijziging. De trein op spoor 2 is niet de Intercity naar Oostende maar het met slijmen bebaarde zwarte muildier Inertia Kock vervoerende de
lang verwachte
slanke neusvleugels van La Sizzle richting uw perceptie ten einde met de helderheid van hun Hergéèske Klare Lijn uw blikken in hun meer schrikbarende glooiingen te lokken uw monden aan hun holten te verrekken, u daar
waar de beaat
gebeierde bim-bam der duale ademhalingskanalen openstaat, tot cirkelzang en recursieve lijnvolging te verleiden, U te wiegen & met de verrukkelijkheid van heur philtrum u het laatste aards besef te ontfutselen, u slaafs
& slap te wiegen
& vervolgens met een droge knak de strot kapot te bijten. Binnen vijftig jaar zijn alle populaties vis in onze oceanen ingestort, maar als ik jou zie in dat roze t-shirt dan denk ik ABN-AMRO: met U erbij kan ik de hele wereld minstens
vierenveertig
jaren langer naar de donder helpen. De liefde is geen weegbaar deel van waar Tante Sizzle Tante is, het is een woord dat uit haar boek is uitgebrand & met de asse heeft haar hand ooit een aardse
hel getekend
waarbij vergeleken geen woord meer is omdat de taal het opgeeft taal te zijn in het aanschijn van dergelijke gruwel. Het is wetenschappelijk bewezen, Activia met bifidus bacillen hechten zich in kleinteutige
flesjes plastic
aan uw ontvankelijk & van elke zin ontdane lippen vast totdat u een seconde of twee het genot mag proeven uzelven gezond te wanen in een onbestaand lichaam vanachteren voortgedreven door een onbestaande
wind, theatraal
van schoonheden voorzien die u zelf niet in huis zou halen, mocht u de keus hebben, naderhand, tussen een herhaling idem ditto van de ellende genaamd dit, uw leven, enerzijds
of anderszijds
een tijdje de natuurlijke weerstand van een steen. Natuurlijk, je kan niet alles bij voorbaat plannen, ik zit hier ook maar wat te stanzen bij alweer Kill Bill 2 op VT4, kom, laat ´s zien of ik de scènes
Acuna Boys
& where is Bill nog ken of Elle & I , want het is in dezen van kapitaal belang het reële van de nonsens te kunnen scheiden, de identieke tijd die immers niet dezelfde plaats beduidt, maar de plaats
gezien vanuit
een andere tijd, in een soortgelijke maat a.h.w., het identieke los van 't kapitaal dictaat verwant aan Lucretius' clinamen * vs. wat Pound Usurus noemde, de reductie van Alles tot het Telbare der gebruikswaarde, het nemen van het Ene als ene sluit
namelijk niet
de potentie uit, vervat in (bv. hieronder) perceptuele swerve-incentieven, schuinmarsjeerders in de lopende code, of, m.a.w.: waar u slechts lijken ziet of van leven de afwezigheid, gebeurt het misschien net, & dat waar u zo lillend mee loopt rond te zwaaien
eigenlijk het
afsterven is, de noodzakelijk neerwaartse declinatie van het eens bevonkte. Het zal mij heden evenwel net als u L. Caseis Immunitas wezen, het vooralsnog volslagen onvindbare bestanddeel van die fameuze
yoghurtfabriek,
want nader tot u brengt dit alles de neusvleugels niet.Soit. Tante, toen zij jonger was, & in het Tante zijn nog onervaren had zich menigmaal verwond aan spiegels toen zij daar haar eigen beeltenis aanschouwde: de klaarte van haar
neusomlijning
stak dusdanig helder uit het glas dat het was alsof er daar geen glas was maar neus, een orgaan, hoogst verleidelijk van aard & pas toen zij met zelfeigen lust-bezwangerd' adem de plaats op het glas bewasemde kon zij de grens bepalen waar
er wereld was
& waar het glas. Er leek aldus een ideële las gelegd tussen schijn en zijn, één kluwen rond haar reukorgaan wier aanschijn bij derden zo dodelijk was dat niemand het zien der aldus in klaarte omschreven lijnen
ervan langer
dan enkele tellen in leven kon laten. Bij haar zelf leidde het bekijken ook al tot somtijds een kleine plas Tantebloed onderaan een Tantevoet daar zij het liefkozen der eigen lijnen pas goed bij het proeven van haar eigen
bloed kon laten.
Zo wrijft zich vaak ook een kleutervinger oude wonden open die welhaast genezen waren, enkel uit nieuwsgierigheid omdat de korst een warmer plaats lijkt te bedekken die dichter lijkt bij 't wezen van dat lijf te staan dat ons
is aangedaan.
Jean Delville, wiens visioenen angstvallig in de diepste kelders der bankgebouwen geborgen blijven, de grooten Delville die met gemak een Rops een Knopf of zelfs een Margritte in roem zou evenaren mocht niet zijn werk
zijn familie
ter wille het voorwerp zijn van vele betwistingen, daar zij daarmede de hoog oplopende rekeningen der psychiatrische inrichtingen dienen te derven, waar zovele Delvilles na een blik in d’ogen der meester & met diens genen belast
geborgen zijn
deze Jean is naar het schijnt de enige die het Sizzle-zien overleefde, hoewel het nadien met hem nooit meer goed kwam, zelfs niet toen hij zich in Schotland ging drukken & aldaar aan de verzen van Burns, nl.
my heart's not here
een geheel eigen wending gaf, want zo zijn hart niet in zijn borstkas lag omsloten, zo lag het evenmin in de Highlands of waar dan ook want Sizzle had hem in ruil voor dat ene ogenblik
een gat als hart
gegeven & leegte stromend leeg door lege aderen zodat zijn arm & hand wel de begeerde lijnen Art Nouveau kon leggen maar het leven dat hem restte heus volledig was, meer letterlijk dan Vondel ons dat woord
verzonnen had. (...)
|
Comments (0)
You don't have permission to comment on this page.