Tante Sizzle

Page history last edited by dv 3 yrs ago

---

 



 

 

 

 

 

 

Fragmenten uit de Allerheiligste parabel van

 

Tante Sizzle en het Verzetshoofd

 

(dv, Hybridarum Opera #8)

 

 

 


 

Aanhef der Werken

 

Stammoeder, gij die Kathedralen baarde, alvoedende Venus etc.:

toen in de nacht van vrijdag op zaterdag e.k. de Here zag

dat het totale aantal doden op de weg dit weekend

het jaargemiddelde vér ten onder zou blijven, besloot Hij dat

de tijd rijp was

 

Voor aktie. Hij smeekte Zichzelf vergeving af, genade

maar best ook een stukje grootmachtigheid & wierp, daar

waar de mensen zuivere klaarheid & spits uit de witte leegte

de zwart uitstekende Spie der Geprononceerdheid

alsmede de

 

schier eindeloos uitbreidbare Vlakte der Eenduidigheid

verlangden, niet dàt maar Tante Sizzle ter aarde. In & om

haar ontstonden deze tekstuele uitwassen, die zich ondanks

verwoede Verzetspogingen van het

Spattende Hoofd

 

waarin zij spookten, een uitweg tot U wisten te banen

waarna zij op proto-virale wijze de door u zo moeilijk

t.n.v. de algehele chaos gewonnen gemoedsrust volledig

teniet doene & u weerom als door duizenden

conflicterende

 

emoties gevangen, in weerwil - zoals dat dan heet -

van uzelven, um zönst aan dit scherm kluistere.

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hé Jijdaar ja

 

0 jij, vandaagzullenwetellen wetellen kaput 1

hoeveel van het echte Jijdaar kan verdragen

we tellen eerst niet het ei maar op 1 de brij

& uit het breien vanAnke met slijm op 2 kwam

 

het ei erbij

 

dat zich klutstte vóór er een pan was tot Al-Tante

vervolgens door wat geschuifel tot pan & wat daarin

heet begon te kissen dat heette Sizzle & Tante al

want bij de slijmstaart rafelig in & van elkaar als

 

echt verbonden

 

zoals wij het van in onze tienerdromen kennen, klef

met een glibberige kern gloeiend-zwart gefrutsel

als kern maar die konden toen nog niet benoemen

laat staan handingrijpend bekennen. Ach,

 

de tijd staat stil

 

maar voor een vers of twee want daar ontploft

al wat nooit geweest was tot het komende & in

wat wezen zou stond dit geschreven dat het

stil was voor een vers of twee

 

slechts, niet meer, want

 

anders spraken de schismerende heretieken

nu wellicht nóg van de tijd voorafgegaan door

vooraleer. U kent ze toch: brandt er 1 op,

& in de weidse vlakte kiemt den duizendkop

 

volop als op

 

een zomerdag de klaver na het onweer bv.

 

 

 

 


Haar ogen, ongelukkige, zijn immers de trekijzeren

Poorten die in hun onderling verslingerde wentelgang

Hun duister dieper bereiden dan het zwartste agaat

Dat Lucilius in zijn geschriften spreekwoordelijk maakt

 

van het in het

 

Niets alreeds & toch nogmaals gedachte gebrek aan licht.

Het is een tweespant die Hawking goed wetende waarom

niet vlug zal naderen, tenzij hij natuurlijk de hoop geheel

liet varen op verlossing in de wetenschap & zijn

 

curieus neuzelend

 

lijfje met enige spoed & in volstrekte zekerheid tot anti-materie

wil bedaren. U lacht misschien maar hoor 's vriendschap

Haast iedere week zie ik enkele vermolmde soortgenoten

plotsklaps gesplitst van hun vaste vorm

 

in doffe stromen

 

van de opengebroken ramen van hun kroostrijke villa's

roemloos naar die of soortgelijke gaten vloeien, zonder ooit

de twijfelachtige eer genoten te hebben hun namen bij de mijne

in het vrijelijk oplichtend gewemel der

 

toonaangevende

 

schermen te hebben kunnen moeizaam tegen andere verzen

laten opbotsen. Boeiend maar tragisch is hun lot want hoort:

In de stilte die zich voor een paar jaren achter heur ogen

Strekt, hoort u soms nog de gehakkelde echo’s

 

van hun weidse

 

verzen loeien als zovele hoornen van verloren schepen

in de mist of alsof er ons dra nog vuur op de Pentapolis

zal gesmeten worden of, ter derde optie, alsof wij

hoegenaamd nog iets te vrezen hebben van de walmende

 

woestenij waarin

 

hun goddeloze razernij ons de landen overdroeg, waarover

wij wel de verantwoording dienen op te hoesten, maar

waarvan wij niet de broncode, laatstaan de vruchten

kunnen dan wel mogen dragen. Maar laat ons niet langer

 

verwijlen in

 

de kwetterend georganiseerde trekkingen der opgeladen harten

ter verhoging van 't stroomloze stoten der inkten (de nada,

Lucas), & de draad weder opvatten waar hij als gerokken zenuw

met soepresten nog, zo onnet, foei, dreigde een oogkas

 

ingezogen

 

te worden (ach de keutels der kraanvogels en dier, ziet

die ziekte is besmettelijk, ik moet mij effen abstineren.)


 

 

[T. Sizzle spreekt tot ons bij het binnenrijden van Tienen, Station Tienen]

 

onze woorden

 

koud of daar spant Zij al met verve ons de luster

der avondluchten uit, een klingel-klangel van

wrange kleurgewrochten, een fout-fauvistisch werk,

gekladder aan het zwerk & heel extreem in

 

vetomlijnde

 

lagen , het brave stadje als een mini-Oostende groots

in het marineblauw & donkerroos doorspekt oranje overtrokken

& tot in het minuscule als inktvraat de lijnen ingetrokken

of in een latere ekphrase, op het vel van de nakende nacht als

 

mee-etertje

 

niets in het niets der steedse werken verscholen. Het is niets, krabt

zij zich de jeuk van tussen de bezwete benen, daarbij onze ergste

angsten beamend, het is niets, inderdaad, al om niets die

tergend trage ondergang van uw belang in

 

steedse zaken,

 

het is die droom nabij waarbij van sectie A

de droom dient op te houden vooraleer

de droom tot sectie B kan komen & ieder

keer dat ik of jij hem droomt & wakker schrikt

 

de lucht ijler

 

wordt, de longen ons harder op de grotere leegte inklappen,

& in de drammerige woestenij van industrie & razernij

waar iedere slammer de stanza's tot in de nok met vlees wil vullen,

de laatste droeve plof nog droger onhoorbaar klikt,

 

in stilte niet

 

klinkt, weigert met de lege rust die van alle tijden nu of ooit

de eindeloos strekkende grond, d'eindmaat & d'aards-bepaalde

strikte noodzaak is. Het stemt ons niet te weten, het krast

ons toonloos, maakt niet blij & streelt geen hovaardij

 

maar innerlijk

 

zwelt al het kennen bij 't zwelgen de bloedklonters tot wapens

& barsten weldra in duizenden breinen deze clusterbommen

maken de geslibde paden ter helderder inzicht weer vrij. Zo

ook verging het mij eermaals toen ik Aeneas nam,

 

die van Rome

 

roem wou maken & een kwezel van mijn volgelinge ...

 


Nog nooit was november zo machtig fris, maar

hoe zwart niet & van vloedgolven vergeven is

mijn bol kristal, hoe duister niet & bloed-beklonterd is

wat ik de toekomst in zie zweven. Net

 

nog, Oostakkers

 

bijna, in een fikse vaart voorbij het stort van Tienen, zag ik

een wolk vuilnis de half-beknepen buisschoorsteen der ovens

langsslierten. Een man liet loenzend vanonder zijn grijze fez

zijn hond de berm volschijten, maar geen

 

vogel wiekte

 

daar, buiten onze wielen die zich in het gekende treinverband

op de sporen dol draaiden, was het geheel stil buiten, daar.

Een menige nacht word ik aldus volumeloos door een

horde woestelingen nagezeten, enige wit-raastige

 

hekseteven

 

ook mengen zich daar meestal onder: het zijn de ikjes

denk ik, de anonieme zelfjes die ik bij waken de kant

opschoof of zelfgenoegzaam weigerde te zijn, zodat ik

nu weer net niet de trappen naar de uitgang der

 

dicht gedroomde

 

burcht zal halen. Spanje voert de anti-dopingwet

in, Big Brother voelt zich thuis in Groot-Brittanië. De

krant kliedert stuntelig een weids stilleven boven

een thumbnail van Pollock, iets dat veel te druk

 

oogt met enkele

 

verzopen paarden. Aandacht, aandacht: spoor-

wijziging. De trein op spoor 2 is niet de Intercity

naar Oostende maar het met slijmen bebaarde

zwarte muildier Inertia Kock vervoerende de

 

lang verwachte

 

slanke neusvleugels van La Sizzle richting uw perceptie

ten einde met de helderheid van hun Hergéèske Klare Lijn

uw blikken in hun meer schrikbarende glooiingen te lokken

uw monden aan hun holten te verrekken, u daar

 

waar de beaat

 

gebeierde bim-bam der duale ademhalingskanalen openstaat,

tot cirkelzang en recursieve lijnvolging te verleiden, U

te wiegen & met de verrukkelijkheid van heur philtrum u

het laatste aards besef te ontfutselen, u slaafs

 

& slap te wiegen

 

& vervolgens met een droge knak de strot kapot te bijten.

Binnen vijftig jaar zijn alle populaties vis in onze oceanen

ingestort, maar als ik jou zie in dat roze t-shirt dan denk ik

ABN-AMRO: met U erbij kan ik de hele wereld minstens

 

vierenveertig

 

jaren langer naar de donder helpen. De liefde is

geen weegbaar deel van waar Tante Sizzle Tante

is, het is een woord dat uit haar boek is uitgebrand

& met de asse heeft haar hand ooit een aardse

 

hel getekend

 

waarbij vergeleken geen woord meer is omdat de taal

het opgeeft taal te zijn in het aanschijn van dergelijke

gruwel. Het is wetenschappelijk bewezen, Activia met

bifidus bacillen hechten zich in kleinteutige

 

flesjes plastic

 

aan uw ontvankelijk & van elke zin ontdane lippen vast

totdat u een seconde of twee het genot mag proeven

uzelven gezond te wanen in een onbestaand lichaam

vanachteren voortgedreven door een onbestaande

 

wind, theatraal

 

van schoonheden voorzien die u zelf niet in huis

zou halen, mocht u de keus hebben, naderhand,

tussen een herhaling idem ditto van de ellende

genaamd dit, uw leven, enerzijds

 

of anderszijds

 

een tijdje de natuurlijke weerstand van een steen.

Natuurlijk, je kan niet alles bij voorbaat plannen, ik

zit hier ook maar wat te stanzen bij alweer Kill Bill 2

op VT4, kom, laat ´s zien of ik de scènes

 

Acuna Boys

 

& where is Bill nog ken of Elle & I ,

want het is in dezen van kapitaal belang het reële

van de nonsens te kunnen scheiden, de identieke tijd

die immers niet dezelfde plaats beduidt, maar de plaats

 

gezien vanuit

 

een andere tijd, in een soortgelijke maat a.h.w., het identieke

los van 't kapitaal dictaat verwant aan Lucretius' clinamen * vs.

wat Pound Usurus noemde, de reductie van Alles tot het Telbare

der gebruikswaarde, het nemen van het Ene als ene sluit

 

namelijk niet

 

de potentie uit, vervat in (bv. hieronder) perceptuele swerve-incentieven,

schuinmarsjeerders in de lopende code, of, m.a.w.: waar

u slechts lijken ziet of van leven de afwezigheid, gebeurt het

misschien net, & dat waar u zo lillend mee loopt rond te zwaaien

 

eigenlijk het

 

afsterven is, de noodzakelijk neerwaartse declinatie

van het eens bevonkte. Het zal mij heden evenwel

net als u L. Caseis Immunitas wezen, het vooralsnog

volslagen onvindbare bestanddeel van die fameuze

 

yoghurtfabriek,

 

want nader tot u brengt dit alles de neusvleugels niet.Soit.

Tante, toen zij jonger was, & in het Tante zijn nog onervaren

had zich menigmaal verwond aan spiegels toen zij daar

haar eigen beeltenis aanschouwde: de klaarte van haar

 

neusomlijning

 

stak dusdanig helder uit het glas dat het was alsof er daar

geen glas was maar neus, een orgaan, hoogst verleidelijk van aard

& pas toen zij met zelfeigen lust-bezwangerd' adem de plaats

op het glas bewasemde kon zij de grens bepalen waar

 

er wereld was

 

& waar het glas. Er leek aldus een ideële las gelegd

tussen schijn en zijn, één kluwen rond haar reukorgaan

wier aanschijn bij derden zo dodelijk was dat niemand

het zien der aldus in klaarte omschreven lijnen

 

ervan langer

 

dan enkele tellen in leven kon laten. Bij haar zelf leidde

het bekijken ook al tot somtijds een kleine plas Tantebloed

onderaan een Tantevoet daar zij het liefkozen der eigen

lijnen pas goed bij het proeven van haar eigen

 

bloed kon laten.

 

Zo wrijft zich vaak ook een kleutervinger oude wonden open

die welhaast genezen waren, enkel uit nieuwsgierigheid

omdat de korst een warmer plaats lijkt te bedekken

die dichter lijkt bij 't wezen van dat lijf te staan dat ons

 

is aangedaan.

 

Jean Delville, wiens visioenen angstvallig in de diepste

kelders der bankgebouwen geborgen blijven, de grooten Delville

die met gemak een Rops een Knopf of zelfs een Margritte

in roem zou evenaren mocht niet zijn werk

 

zijn familie

 

ter wille het voorwerp zijn van vele betwistingen, daar

zij daarmede de hoog oplopende rekeningen der psychiatrische

inrichtingen dienen te derven, waar zovele Delvilles

na een blik in d’ogen der meester & met diens genen belast

 

geborgen zijn

 

deze Jean is naar het schijnt de enige die het Sizzle-zien

overleefde, hoewel het nadien met hem nooit meer goed

kwam, zelfs niet toen hij zich in Schotland ging drukken

& aldaar aan de verzen van Burns, nl.

 

my heart's not here

 

een geheel eigen wending gaf, want zo zijn hart niet

in zijn borstkas lag omsloten, zo lag het evenmin

in de Highlands of waar dan ook want Sizzle had

hem in ruil voor dat ene ogenblik

 

een gat als hart

 

gegeven & leegte stromend leeg door lege aderen

zodat zijn arm & hand wel de begeerde lijnen Art Nouveau

kon leggen maar het leven dat hem restte heus volledig

was, meer letterlijk dan Vondel ons dat woord

 

verzonnen had.

(...)

 

 

 


Comments (0)

You don't have permission to comment on this page.